De deuren zijn gesloten, de standen worden ontmanteld en de laatste folders zijn bij het oud papier beland. Tijd voor de balans. Het 102e Autosalon van Brussel, dat gisteren na tien dagen zijn einde vond, mag volgens organisator Febiac op een “hoopgevende” editie terugkijken. Met 349.775 bezoekers trok de beurs meer volk dan de voorbije jaren, maar wie herinneringen ophaalt aan de eindeloze rijen uit de jaren negentig, weet: de échte hoogdagen liggen nog altijd ver achter de horizon.

Wie zondagavond rond halfzeven de Heizelpaleizen verliet, zag ze staan: de tevreden gezichten van standhouders die eindelijk eens geen klachten hadden over tegenvallende bezoekersaantallen. Na een editie in 2025 die met 307.000 bezoekers al een voorzichtige opleving liet zien, trekt Febiac de stijgende lijn nu verder door. 349.775 bezoekers – afgerond 350.000 – is geen getal om je voor te schamen. Maar het is ook niet het getal waar dromen van gemaakt worden .
De motoren doen het ‘m
Wie op zoek was naar de grote verrassing van deze editie, moest in Paleis 9 zijn. Daar, tussen het chroom en het leder van 28 motormerken, vond Febiac de belangrijkste verklaring voor de bezoekersgroei. Maar liefst een kwart van alle bezoekers – pakweg 87.500 mensen – gaf aan specifiek voor de tweewielers te zijn gekomen . De terugkeer van de motor na vijf jaar afwezigheid bleek daarmee een schot in de roos.

“Uit een enquête na de vorige editie bleek dat 50 procent van de bezoekers motoren wilde zien”, zei Christian Lambert, voorzitter van de motorsectie bij Febiac, eerder nog. “We zijn dan ook bijzonder verheugd dat we die wens kunnen inwilligen.” Dat de motorsector zelf ook massaal inging op de uitnodiging – van 23 naar 28 merken – hielp uiteraard .
Recordaantal automerken, maar minder plaats
Niet alleen de motoren deden het goed. Ook op het autofront boekte Febiac een opvallende prestatie: met 67 automerken tekende de beurs het hoogste aantal deelnemende constructeurs ooit . Een record, al was het met een kleine kanttekening. Die 67 merken werden verdeeld over vier-en-een-half paleizen – minder oppervlakte dan in de gloriejaren, toen de beurs nog zeven volle hallen besloeg.

Het gevolg: kleinere stands, minder modellen per merk, en af en toe het gevoel dat je als bezoeker tussen de kierende ruimtes door moest manoeuvreren. Mercedes week bijvoorbeeld uit naar de Patio, een locatie die niet meteen bekendstaat om zijn royale afmetingen . Toch leek het de sfeer niet te deren. “De vibe was goed”, klonk het achteraf bij meerdere exposanten.
Wachten op de iX3: geduld is een schone deugd
Dat de bezoekers het salon vonden, bleek niet alleen uit de cijfers, maar ook uit de wachtrijen. Wie tijdens het eerste weekend (9 en 10 januari) een kijkje wilde nemen bij bepaalde modellen, moest geduld uitoefenen. Bij BMW – om er maar één te noemen – stonden bezoekers in de rij om plaats te nemen in de nieuwe iX3 . Met alleen al op de openingsdagen 100.000 bezoekers over de vloer, was het op sommige momenten letterlijk aanschuiven geblazen.

Voor wie dacht dat het Belgische publiek alleen nog online auto’s koopt, was dat een opsteker. Het Salon bewees opnieuw zijn bestaansrecht: mensen willen nog altijd voelen, ruiken, zitten. Zelfs als dat betekent dat ze er een kwartier voor moeten wachten.
Premières en concepten: het gooi- en smijtwerk
Febiac sprak na afloop ook van een “recordaantal premières en concepten” . Al was het ook dit jaar uitkijken naar welke constructeurs écht met nieuw werk kwamen. Wie hoopte op wereldexclusieve onthullingen, kwam bedrogen uit. Maar voor de Belgische autoliefhebber was er genoeg te ontdekken: van de vernieuwde elektrische modellen van Hyundai en Kia tot de eerste Belgische standing van opkomende Chinese merken.

Toch bleef het ook dit jaar opvallend: merken als Volvo, Jaguar en Land Rover gaven opnieuw verstek. En Lucid, het Amerikaanse Tesla-alternatief, was nergens te bespeuren . De afwezigheid van die namen relativeert het succes enigszins. Want hoe fijn die 67 merken ook zijn, het zijn niet altijd de meest spraakmakende.
Febiac twijfelt – of toch niet?
Opvallend detail in de nasleep: Febiac liet verstaan dat het de organisatie van de 103e editie “nog even in beraad wil houden” . Wie dat hoort, zou denken dat het doek wel eens zou kunnen vallen. Maar wie de voorbije edities een beetje volgt, weet dat het vooral lippendienst is. De volgende editie komt er. Altijd. Zeker met 350.000 bezoekers op zak en een motorafdeling die net haar tweede adem heeft gevonden.
De vraag is alleen: in welke vorm? De trend van kleinere stands en minder merken lijkt structureel. En met de opmars van digitale presentaties en eigen merk events, blijft de druk op het klassieke salon bestaan.

De cijfers naast elkaar
Om het in perspectief te plaatsen: in 2000, het absolute topjaar, trok het Autosalon 756.900 bezoekers . Dat was in een tijd zonder livestreams, zonder 3D-configuratoren en zonder thuislevering van op voorhand bestelde wagens. Bijna 350.000 bezoekers in 2026 is dan misschien geen absoluut record, maar in een veranderende wereld is het een ferme prestatie. Febiac mag de champagne dus gerust nog eens open trekken.
Vooruitblik
Wat blijft er hangen van deze 102e editie? De geur van verse banden in Paleis 9, het geduldige wachten op de iX3, en het besef dat het Autosalon van Brussel – tegen alle verwachtingen in – nog lang niet is uitgereden. De motoren zijn terug, het publiek komt nog steeds, en Febiac kan opgelucht ademhalen.

Tot volgend jaar. Of het nu in januari 2027 is, of later.




