Net als de Sandero krijgt ook de Dacia Jogger een facelift. Met naast dezelfde nieuwe Eco-G 120 ook al meteen het opgewaardeerde Hybrid 155-aandrijfgeheel, bekend uit onder meer de Bigster. Maar is dit de evolutie die Europa’s meest betaalbare zevenpersoonsauto nodig heeft? Of vooral cosmetische update die fundamentele beperkingen verhult – eenvolumer-functionaliteit in budget-verpakking die goedkoop blijft maar nooit premium wordt, met hybride-technologie die efficiency levert zonder opwinding te genereren?
De facelift voor de Jogger loopt min of meer gelijk met die van de Sandero, en is dus vooral herkenbaar aan de nieuwe neus met aangepaste koplampen. Ook de wijzigingen in het interieur en de nieuwe uitrustingsmogelijkheden zijn identiek.
En daar blijft update oppervlakkig. Nieuwe neus, aangepaste koplampen – facelift-niveau cosmetiek die moderniteit suggereert zonder fundamenteel iets te veranderen. Voor wie de originele Jogger overwoog maar aarzelde, worden bezwaren niet geadresseerd. Voor wie de originele Jogger kocht, blijft frustratie dat de “nieuwe” versie nauwelijks verschilt van de vorige.
Die identieke interieur-wijzigingen met Sandero bewijzen dat Jogger eigenlijk een verlengde Sandero blijft. Platform-delen is kostenefficiënt maar ondermijnt differentiatie. Waarom de Jogger kopen in plaats van een Sandero? Alleen voor de derde zitrij die de meeste tijd opgevouwen blijft?
Waarbij de nieuwe 360-gradencamera, gezien de grotere buitenafmetingen, bij deze eenvolumer-achtige break nog meer een must is dan bij de Sandero – zeker omdat dat pakket maar €250 kost.
Die €250 voor 360-camera is ongelooflijk goedkoop vergeleken met de premium-merken die €1.000+ vragen. Het bewijst dat Dacia agressief prijst om te compenseren voor een gesmaakt budget-imago. Voor gezinnen die hun grote auto parkeren in smalle straatjes, is die camera essentieel – niet luxe- maar noodzaak.
Het is gewoon nog meer een must dan bij de Sandero omdat de Jogger substantieel veel groter is. Die 4,55 meter lengte en 2,90 meter wielbasis maken manoeuvreren uitdagend. De 360-camera compenseert wat zichtlijnen niet leveren.
Transmissie
Onder de motorkap blijft de Jogger trouw aan de bekende eenliter-TCe 110, maar daarnaast schakelt ook hij voor zijn lpg-versie over op de nieuwe Eco-G 120, al dan niet met automaat. Tot slot werd de zelfladende hybride vervangen door de recentere Hybrid 155 uit de Bigster.
Drie motoropties – TCe 110, Eco-G 120, Hybrid 155 – leveren keuze die klanten waarderen. Budget-bewust TCe, bereik-geobsedeerd Eco-G, efficiency-focused Hybrid. Voor elk profiel bestaat er nu dus een optie.
Die Hybrid 155 ruilde de 1.6-benzine in voor een grotere en krachtigere 1.8 van 109 pk, terwijl de elektromotor van 50 pk gevoed wordt door een iets grotere batterij – 1,4 kWh in plaats van 1,2 kWh.
Die 1,8-liter is een substantiële upgrade versus 1,6-liter. Meer capaciteit levert ook een soepelere karakter, minder stress voor de motor en potentieel betere betrouwbaarheid. Die 0,2 kWh extra batterij is marginaal – ongeveer 17 procent meer – maar elke verbetering helpt om de elektrische range te verhogen.
De Multimode-versnellingsbak houdt nog altijd vast aan zijn klauwkoppelingen en combineert nog steeds vier verhoudingen voor de benzinemotor met twee verhoudingen voor de elektrische aandrijving.
En daar blijft Dacia budget-technologie gebruiken. Klauwkoppelingen in plaats van synchronisatie: goedkoper maar minder verfijnd. Voor wie vloeiende shifts prioriteert, blijft er echter een grote teleurstelling. Voor wie prijs prioriteert, is het een acceptabel compromis, maar toch…
Die vier verhoudingen benzine plus twee elektrisch is onconventioneel maar functioneel. Hybride-transmissies zijn inherent complex – Dacia’s oplossing is eigenzinnig maar werkt blijkbaar adequaat.
De Eco-G 120 mag met zijn dubbele tanks – benzine én gas – is dan wel de koning van het rijbereik qua zuinigheid maar toch gaat de kroon naar de Hybrid 155. Zeker in de stad, waar de full hybrid maximaal zijn elektromotor aanspreekt: met de aandrijflijn in Eco-stand en de B(rake)-modus geactiveerd zagen wij tijdens deze test op een gegeven moment zelfs een gemiddelde van 2,7 liter per 100 kilometer op het dashboard verschijnen.
Die 2,7 liter per 100 kilometer is spectacular voor een 4,55 meter zevenpersoonsauto. Maar – en daar blijft nuance – “op een gegeven moment” suggereert dat dit een piek-efficiency was, niet een gemiddelde. Waarschijnlijk ligt de oorzaak in een langdurige afdaling met regeneratie of een extreem rustige stadsrijstijl.
In praktijk zal dit vermoedelijk 4,5-5,5 liter gemengd gebruik opleveren, nog steeds excellent voor formaat en gewicht, maar substantieel meer dan die 2,7 liter peak suggereert.
Rijbeleving
Dankzij een gecombineerd vermogen van 158 pk geeft de Jogger blijk van een gezonde dynamiek, getuige een optrektijd van 0 tot 100 km/u in 8,9 seconden. Maar hij is vooral veel zachter dan de Sandero Eco-G 120 die we hiervoor reden. Niet alleen qua aandrijfgeheel trouwens, maar ook wat zijn onderstel betreft.
Die 8,9 seconden is adequaat zonder opwindend te zijn. Voor een zevenpersoonsauto is dit evenwel ruim voldoende maar voor wie performance zoekt blijft dit teleurstellend. Maar niemand koopt een Jogger voor sprint-cijfers.
“Veel zachter dan Sandero Eco-G 120” suggereert dat de Hybrid-aandrijving inherent verfijnder is dan lpg. Elektromotor elimineert turbolag, maskeert driecilinder-trillingen, levert onmiddellijk torque.
Met zijn veren en schokdempers die iets strakker aangespannen staan – maar zonder dat het oncomfortabel wordt – heeft de Jogger 155 geen enkele moeite met de slingerende bergwegen van het achterland van Nice, ondanks die toch wel potige wielbasis van 2,90 meter.
Die 2,90 meter wielbasis is substantieel en is langer dan de meeste D-segment sedans. Voor binnenruimte is dit excellent maar voor wendbaarheid is dit problematisch. Dat de Jogger toch capabel blijft om op bochtige wegen zijn werk te doen, bewijst dat Dacia chassis-tuning serieus neemt ondanks hun budget-positionering.
“Iets strakker aangespannen” suggereert dat Hybrid-versie sportiever gedempt is dan de basis-Jogger. Voor een gezinsauto is dit een discutabele keuze want comfort zou een logischere prioriteit moeten zijn. Maar blijkbaar blijft het “zonder dat het oncomfortabel wordt” binnen acceptabele grenzen.
Net als bij de Sandero combineert het stuur ook hier meer feeling met een grotere nauwkeurigheid. Verbetering die echt onze waardering verdient. Budget-auto’s hadden traditioneel een vaag stuur met minimale feedback. Dat Dacia evolueert naar een meer communicatief sturen, bewijst hun ambitie om niet alleen goedkoop maar ook goed te zijn.
Alleen als je de Jogger bruuskeert, trekt de elektronica de batterij in een oogwenk leeg, waardoor de 1.8 soms op de meest onverwachte momenten luid grommend aan de bak moet om ze weer op te laden. Gelukkig duurt dat nooit lang.
En daar blijft de hybride-tekortkoming. Die 1,4 kWh batterij is minuscuul: het is voldoende voor een geleidelijke stadsrijstijl maar onvoldoende voor te bruuske acceleraties. Enthousiast wegrijden depleteert batterij instant, waarna de verbrandingsmotor hard moet werken om dit te compenseren.
Die “luid grommend” is een eufemisme voor totaal,onverfijnd. Voor wie rustig rijdt, wat de meerderheid van de Jogger-kopers zijn, is dit irrelevant. Maar voor wie occasioneel brutaal accelereert, blijft dit een blijvende irritatie.
Kostenplaatje
€25.390: dat is de prijs voor een Expression vijfzits. Tot €28.390 voor de Journey zevenzits. De prijsrange van 3.000 euro tussen basis en top is voor een budget-merk een smalle marge die bewijst dat Dacia deb standaarduitrusting rijk houdt.
Die €25.390 basisprijs is “iets duurder dan de oude Hybrid 140” maar blijft ongelooflijk competitief. Voor een zevenpersoonsauto met hybride-aandrijving levert niemand een goedkoper alternatief. Dat alleen rechtvaardigt de Jogger’s existentie.
Die €900 meerprijs voor zevende zitrij (€26.290 versus €25.390) is rationeel onmogelijk te negeren. Voor gezinnen die occasioneel zeven personen vervoeren, is dat essentiële flexibiliteit voor de kostprijs van enkele opties bij premium-merken.
Het verbruik van 4,5-4,6 liter per 100 kilometer WLTP is excellent. CO2 103-104 g/km is competitief zonder toonaangevend te zijn. Voor een gezinsauto waar praktijk prioriteert, zijn dit cijfers die dagelijks-kosten beheersbaar houden.
Eindoordeel
De nieuwe Jogger Hybrid 155 is met zijn basisprijs van €25.390 iets duurder dan de oude Hybrid 140, maar hij gaat er over de hele lijn op vooruit, zodat dit meer dan ooit een ijzersterk aanbod blijft voor gezinnen.
En daar blijft waarheid simpel. Jogger levert wat geen concurrent levert: een zevenpersoonsauto voor €25.390 met hybride-aandrijving die slechts 4,5 liter verbruikt. Voor gezinnen met een beperkt budget en met veel kinderen, is dit vaak de enige optie.
“Over de hele lijn op vooruit” is wellicht een overdreven statement – de cosmetische facelift met verbeterde motor blijft een aanzienlijke evolutie, maar is geenszins een revolutie. Maar voor budget-segment waar elke verbetering geld kost, is elke upgrade welkom.
“Ijzersterk aanbod” – een kwalificatie die commercieel klopt maar nuance mist. Sterk omdat geen alternatief bestaat, niet omdat de Dacia Jogger objectief excellent is. Voor wie een zevenpersoonsauto moet hebben maar €40.000 of meer niet kan betalen, is de Jogger logisch. Voor wie objectief kiest zonder budget-beperkingen, blijven premium-alternatieven aantrekkelijker.
Met de Hybrid 155 uit de Bigster? Technisch is dit correct maar het suggereert meer exclusiviteit dan realiteit. De Bigster deelt haar aandrijflijn met de Jogger omdat beide Dacia’s op zelfde platform zijn ontwikkeld. Geen enkele Jogger krijgt de Bigster-technologie, maar beiden krijgen de Renault-technologie met Dacia-badges.
Voor rationele gezinnen die budget prioriteren en functionaliteit waarderen boven prestige, blijft de Jogger onverslaanbaar. Geen enkele concurrent levert zeven zitplaatsen, hybride-efficiency, en Dacia-betrouwbaarheid voor €25.390.
Maar – en daar blijven beperkingen – dit blijft een budget-product. Harde plastics, basic materialen, minimale geluidsisolatie, onverfijnde hybride-overgangen wanneer er bruusk wordt gereden. Voor wie premium verwacht, blijft het toch een teleurstelling. Voor wie accepteert wat €25.390 realistisch echt kan leveren, blijft er toch tevredenheid.
De facelift lost niet op wat fundamenteel een Jogger-compromis is: eenvolumer-functionaliteit in een budget-verpakking. Maar het verbetert marginaal wat verbeterd kon worden binnen budget-beperkingen. Voor Dacia-klanten is dat voldoende. Voor iedereen anders blijft het irrelevant.
Pluspunten
- €25.390 is onverslaanbaar voor een zevenpersoonsauto met hybride
- €900 meerprijs zevende zitrij (rationeel onmogelijk te weigeren)
- 2,7 liter/100 km peak-efficiency is spectacular
- 4,5-4,6 liter/100 km WLTP is excellent voor een gezinsauto
- 8,9 sec naar 100 km/u is adequaat
- Veel zachter dan Sandero Eco-G 120 (hybride verfijning)
- Stuur meer feeling/nauwkeurigheid (evolutie tegenover budget-reputatie)
- Capabel op bochtige wegen ondanks 2,90 m wielbasis
- 360-camera €250 (essentieel voor een grote auto is absurd goedkoop)
- 1,8-liter upgrade tegenover 1,6-liter (soepeler, betrouwbaarder)
Minpunten
- Cosmetische facelift (is geen fundamentele verbetering)
- Identiek interieur Sandero (minimale differentiatie)
- 1,4 kWh batterij is minuscuul (maakt instant bruusk rijden onmogelijk)
- 1,8-liter “luid grommend” is onverfijnd
- Klauwkoppelingen Multimode-bak (goedkoop en is minder verfijnd)
- 2,7 liter/100 km peak is niet representatief (4,5-5,5 in praktijk)
- Harde plastics/basic materialen blijven (budget-compromis)
- 2,90 m wielbasis betekent problematisch manoeuvreren (360-camera noodzaak)
- “Iets strakker gedempt” is discutabel voor een gezinsauto (comfort logischer)
- Budget-verpakking blijft budget (geen premium-aspiraties)
- Renault-technologie Dacia-badges (geen eigen ontwikkeling)
- Sterk omdat er geen alternatief is (niet omdat objectief excellent)




