Net als zijn voorganger komt ook de Juniper-versie van de Tesla Model Y – de facelift dus – er als Standard. Een basisversie die wel wat offers vergt. Maar zijn die concessies acceptabel voor de prijs? Of hebben Tesla’s kostenbespaarders te enthousiast geschrapt?
Hoewel de wegen van Tesla – en bij uitbreiding zijn opperguru – redelijk ondoorgrondelijk zijn, was de komst van een nieuwe Standard dermate zeker dat we er niet alleen beide handen maar ineens al onze andere extremiteiten voor in het vuur hadden willen steken.
De instapversie van de Model Y was immers immens geliefd, populariteit die zich in ons land zowel toonde op de lease- als op de particuliere markt. Of toch op de Nederlandstalige tak van die laatste markt, met dank aan de Vlaamse premie die je tot eind vorig jaar kreeg als je als particulier koos voor een EV. Drie keer raden waar het grootste deel van die subsidie heen ging.
Een bonus die er nu niet meer is, wat niet wil zeggen dat de Model Y Standard daarom geen potten meer zou breken. Waarbij we opnieuw kijken zowel naar zij die een auto krijgen van de baas als zij die hem zelf moeten financieren. Omdat de basisinsteek van de Tesla – gigantisch veel waar voor relatief weinig geld – gebleven is. Zij het mits wat bijkomende toegevingen.
Basisontwerp
Concessies die zich onmiddellijk tonen. Geparkeerd naast een Premium – de nieuwe benaming voor de Long Range-versies – of een Performance zal je bijvoorbeeld instant opvallen dat de Standard het doet zonder de lichtbalk tussen de koplampen. Lichtunits die in de basisversie trouwens ook iets groter zijn uitgevoerd.
Achteraan moet je het dan weer doen zonder de indirecte verlichting. In de Standard wordt de kofferklep dus niet volledig uitgelicht. In profiel geven de 18-duimers op stalen velgen – met zwarte wieldoppen – weg dat je met de basis-Model Y op schok bent.
Enigszins bizar: optioneel kun je 19-duimers bestellen, maar alleen als je daar onmiddellijk ook wintersloffen rond laat leggen als onderdeel van het Winter Pack. Logica die alleen Tesla begrijpt, vermoedelijk.
Nu goed, dat je velgen een maatje kleiner zijn, is niet per se slecht nieuws. Maar daarover later meer – want die 18-duimers blijken een onverwacht voordeel te hebben.
We zouden je aandacht in deze namelijk eerst even willen dirigeren naar het dak. Dat wordt nog altijd gevormd door een glasplaat, zij het dat die in het interieur wordt bedekt met een traditioneel plafond. Reden? Dat vergde minder isolatie en drukt zodoende de kosten.
Een pragmatische keuze die je alleen opmerkt als je naast een Premium staat en omhoog kijkt. Voor de meeste gebruikers zal het verschil verwaarloosbaar zijn – al mis je wel dat open, luchtige gevoel dat een glazen dak biedt.
Styling
Hoekjes en kantjes die ook in het interieur werden afgesneden, allemaal met het oog op het drukken van de finale factuur. De zetelbekleding? Voor het grootste deel in stof. De elektrische zetelbediening? Verhuisde van onderaan de stoel naar het centrale scherm. Gesproken over schermen: zoek evenmin naar het kleine displaytje achterin. Dat ging eveneens op de schop.
Waar bij de andere Model Y’s een middentunnel staat, gaapt nu een gigantische leegte met onderaan een aflegvak. Het stuur moet je manueel verstellen, er is geen sfeerverlichting, de achterbank laat zich in deze manueel plat leggen – in plaats van elektrisch – en je krijgt slechts 7 luidsprekers mee in plaats van 9. Al hebben we dat verschil eigenlijk amper opgemerkt.
Wat in essentie vet is dat best wel getrimd kon worden. Aan het infotainmentsysteem en al zijn entertainmentfuncties veranderde er zo goed als niets. Je hebt daardoor nog altijd recht op verwarmd meubilair – toch vooraan – en stuur, het plaatsaanbod blijft royaal zowel qua zitplek als naar bagagecapaciteit, en je telefoon laadt nog immer draadloos op op beide aflegplekken – als je gsm tenminste voorzien is op inductief laden.
De vraag is dus: zijn deze concessies dealbreakers? Voor wie gewend is aan elektrische zetelbediening en sfeerverlichting wellicht. Voor wie vooral praktische functionaliteit zoekt, nauwelijks. Tesla heeft slim geschrapt – vooral aan zaken die zichtbaar maar niet essentieel zijn.
Transmissie
Achterin de Standard draait een reluctantiemotor met permanente magneten die net als in de Premium RWD 300 pk levert. Daarmee zou je, aldus de Amerikanen, in 7,2 seconden aan 100 km/u moeten staan. Wat enigszins vreemd is, gezien de even krachtige Premium diezelfde oefening in 5,6 seconden klaart.
Een discrepantie van 1,6 seconden voor hetzelfde vermogen suggereert dat er meer verschillen zijn dan Tesla communiceert. Softwarematige begrenzingen? Andere versnellingsratio? Tesla zwijgt, zoals gewoonlijk.
Even raar vinden we het trouwens dat volgens de technische informatie – die opnieuw bijzonder karig is – die rijkelijker uitgedoste Premium-versie 5 kilogram lichter zou zijn. Soit, op een totaal van bijna 2 ton is dat finaal niet meer dan een druppel op een hete plaat.
Die 7,2 seconden voelen in de praktijk adequaat zonder opwindend te zijn. Voldoende voor dagelijks gebruik, onvoldoende om te imponeren bij verkeerslichten. Maar laten we eerlijk zijn: wie een Model Y Standard koopt, doet dat niet voor de sprint naar 100 km/u.
Actieradius en laden
Eén van de hoofdredenen dat die Standard voorheen zo in de smaak viel, had vandoen met de LFP-batterij. Omdat je de 64 kWh altijd voor de volle 100 procent kon gebruiken. Da’s nu niet anders. Het celpakket werd namelijk onveranderd overgenomen, wat dus evenzeer wil zeggen dat het nog altijd geleverd wordt door BYD.
Nu hebben de Tesla-ingenieurs wel danig gesleuteld aan de efficiëntie van zowel de batterij als de motor. Met resultaat: het gemiddelde van 13,8 kWh per 100 kilometer is de laagste waarde binnen de familie. Beter dus dan wat een Model 3 in die setup presteert.
Hoe Tesla dat heeft klaargespeeld, blijft ons een raadsel. Maar de eerste test met een nagelnieuw exemplaar – waarbij best wel wat snelweg werd verteerd – toonde alvast dat het WLTP-verbruik haalbaar is. En zelfs verbeterd kan worden! Als we de boordcomputer mogen geloven, hadden wij genoeg aan 12,8 kWh per 100 kilometer!
Hallucinante cijfers waar de verzamelde concurrentie opnieuw zijn tanden op stuk bijt. Nu, we houden nog een slag om de arm. De eerste kennismaking was namelijk vrij kort. Eens zien dus bij een langere testperiode in hoeverre we dan de opgegeven autonomie van 534 kilometer op een lading zullen benaderen.
Zijn de cellen leeg, dan kun je zoals vanouds terecht bij het Supercharger-netwerk van Tesla – of elke andere snellader – waar de Standard dan maximaal 175 kW aan gelijkstroom binnentrekt. Op wisselstroom is dat de gebruikelijke 11 kW.
Cijfers die adequaat zijn zonder spectaculair te zijn. Voor dagelijks gebruik ruim voldoende, voor lange roadtrips met strakke schema’s wellicht wat aan de krappe kant vergeleken met concurrenten die 200+ kW aankunnen.
Rijbeleving
Als de vorige Model Y al ergens kritiek diende te slikken, dan was het wel over zijn demping. Voor een gezinswagen van dit allooi was die namelijk te ferm. Wat Tesla ook onderschreef. Bij de Juniper-update kreeg de Model Y dan ook frequentiegevoelige dempers die de rit ineens een heel stuk behaaglijker maakten.
Een onderstel dat de Standard ontbeert. Je moet het opnieuw doen met een passieve ophanging. Wat zich ook laat voelen – en niet op de prettige manier.
Waarop nu het moment gekomen is om die 18-duimers van daarnet nog eens in het bad te trekken. De hogere wangen van die banden geven net genoeg mee om de hardste klappen op te vangen. Waardoor de huidige Standard qua ophangingscomfort net zijn voorganger voorblijft.
Maar – en dit blijft de grote maar – hij blijft merkbaar achter bij de Premium met zijn frequentiegevoelige dempers. Korte oneffenheden komen harder door, verkeersdrempels voelen bruusker, comfort lijdt onder de kostenbesparing.
Voor wie vooral gladde snelwegen rijdt, is het acceptabel. Voor wie regelmatig slecht onderhouden secundaire wegen bedwingt, wordt het vermoeiend. Het is de meest voelbare concessie van alle bezuinigingen – en helaas ook de meest constante.
Kostenplaatje
Tesla vraagt €39.990 voor deze Standard en dat is en blijft een onklopbare prijs. Toch als je alles optelt. Ja, je moet toegevingen doen. Maar die zijn veelal van esthetische aard. Aan het elektronische comfort of het praktische gemak werd immers nauwelijks geraakt.
Het maakt het des te jammer dat Tesla niet vasthield aan die verbeterde ophanging. Hadden die frequentiegevoelige dempers er ook opgezeten, dan was dit zonder meer de Model Y van onze keuze geweest.
Want laten we de cijfers eens op een rij zetten: €39.990 voor een elektrische SUV met 300 pk, 534 kilometer actieradius, toegang tot het Supercharger-netwerk, alle moderne veiligheids- en infotainmentfuncties. Geen enkele concurrent biedt vergelijkbare waar voor dat geld.
Maar die prijs komt met een asterisk: een harderop en minder comfortabele ophanging die vooral merkbaar wordt op slechte wegen. De vraag is of je dat accepteert voor een besparing van enkele duizenden euro’s ten opzichte van de Premium.
Eindoordeel
Eens temeer heeft Tesla bewezen dat je ook met een relatief klein batterijpakket een volwaardige autonomie bijeen kunt harken. Een aanbod dat het merk bovendien verhandelt aan een nagenoeg onklopbare prijs.
Opgeteld met de vele elektronische gadgets, het plaatsaanbod en het uitgebreide Supercharger-netwerk – al is dat laatste argument ondertussen niet meer zo van tel – maakt dat van de Standard opnieuw, of nog steeds, een van de interessantere, zoniet de interessantste elektrische aanbieding van het moment.
Maar – en daar zit de nuance – alleen als je bepaalde concessies kunt accepteren. Die passieve ophanging blijft de achilleshiel van deze basisversie. Voor wie vooral snelweg rijdt of gladde wegen bedwingt, is het acceptabel. Voor wie comfort prioriteit geeft, is de Premium de betere keuze ondanks de hogere prijs.
Technisch levert Tesla een indrukwekkend pakket. Die 12,8 kWh per 100 kilometer in de praktijk is verbazingwekkend efficiënt. De 534 kilometer actieradius is meer dan voldoende voor de meeste gebruiksscenario’s. De prijs van €39.990 is objectief gezien uitstekende waar.
Maar subjectief – en comfort is inherent subjectief – blijft die harde ophanging knagen. Het is de constante herinnering dat je de basisversie kocht, voelbaar bij elke verkeersdrempel, elke putte weg, elk slecht onderhouden stuk asfalt.
Voor rationele kopers die objectief naar specificaties en prijs kijken, is de Standard een no-brainer. Voor wie comfort waardeert en zich die paar duizend euro extra kan veroorloven, is de Premium de verstandiger keuze.
En dan is er nog de olifant in de kamer: dat mesjogge Musk. Tenminste, als je moreel voorbij kunt aan het feit dat je er die mesjogge Musk mee sponsort. Voor sommigen een dealbreaker die geen enkele prijs-kwaliteitverhouding kan compenseren. Voor anderen een verwaarloosbaar detail vergeleken met de objectieve kwaliteiten van het product.
De Model Y Standard blijft wat hij altijd was: veel waar voor weinig geld, mits je bepaalde concessies accepteert. Of die concessies acceptabel zijn, bepaal je zelf.
Pluspunten
- Onklopbare prijs (€39.990)
- Verbluffende efficiency (12,8 kWh/100km praktijk)
- Actieradius 534 km (adequaat voor dagelijks gebruik)
- LFP-batterij (100% bruikbaar zonder degradatie-angst)
- Royaal plaatsaanbod en bagageruimte
- Volledig infotainment en veiligheidssystemen
- Toegang tot Supercharger-netwerk
- 18-duimers dempen beter dan verwacht
- Draadloos opladen telefoon
Minpunten
- Passieve ophanging merkbaar harder dan Premium
- Geen frequentiegevoelige dempers (gemiste kans)
- Sprint 7,2 sec (vs. 5,6 sec Premium met zelfde vermogen)
- Geen lichtbalk tussen koplampen
- Stoffen bekleding in plaats van leder
- Manuele stoelverstelling (niet elektrisch)
- Geen sfeerverlichting
- Geen achterste display
- 175 kW laden adequaat maar niet toonaangevend
- Elon Musk (voor sommigen dealbreaker)




