Eerste kennismaking: Alpine A110 R Ultime (2025)

Eerste kennismaking: Alpine A110 R Ultime (2025) – is deze hardcore versie zijn erg hoge prijs ook waard?

De Ultime is de ultieme reïncarnatie van de Alpine A110. Hoewel deze hardcore variant een heleboel wijzigingen ondergaat, blijft de vraag of die de bijzonder hoge prijs ook rechtvaardigen. Of is dit vooral een collectors item waarvan zelfs verzamelaars de waarde betwijfelen?

Terwijl Alpine werk maakt van zijn volledig elektrische opvolger, blijft de A110 vlotjes kopers vinden. Veel is er nochtans niet veranderd sinds zijn debuut in 2018. Op wat extra versies en speciale edities na is de Franse sportwagen bijzonder trouw gebleven aan zijn basisconcept.

Voor het slotakkoord heeft Alpine alle registers alsnog opengetrokken, met deze Ultime als resultaat. Een zwanenzang die tevens een statement wil zijn: kijk wat we kunnen, voordat elektrificatie dit onmogelijk maakt.

Basisontwerp

De duivel zit in de details. De Ultime mag er dan grotendeels uitzien als een Alpine A110 R, de aerodynamica spreekt wel een hartig woordje mee. Kijk maar naar de talloze sleuven in het koetswerk, naar de splitter onder de neus en complexe diffusor onder de kont, naar de verstelbare achterspoiler met zwanenhals, naar de extra vinnen op de flanken en de extra deflectoren aan de achterwielen, naar het haaienvinnetje op de rug.

Al die addenda zorgen voor neerwaartse druk: bij 275 km/u genereert de Ultime nog eens 149 kilogram meer downforce dan de A110 R. Cijfers die indrukwekkend klinken maar in de praktijk weinig relevant zijn – hoeveel eigenaren zullen 275 km/u halen, laat staan constant rijden aan die snelheid?

Verder staat deze Alpine op versiespecifieke Michelin Pilot Sport Cup 2-banden, semi-slicks die ook de mechanische grip naar nieuwe hoogten stuwen. Banden die briljant presteren op circuit maar dramatisch zijn op natte openbare wegen – een compromis dat de dagelijkse bruikbaarheid hypothekeert.

Styling

Binnenin de Ultime domineren de kuipstoelen in carbon, de grotere schakelpaddles, de gepersonaliseerde afwerking en het genummerde plaatje – het gaat immers om een gelimiteerde reeks van 110 exemplaren. Toch is de algemene cockpitsfeer minder verfijnd dan in het standaardmodel: comfort maakt plaats voor een uitgesproken ‘race’-gevoel.

Een race-gevoel dat zich vertaalt in harde stoelen zonder dagelijks comfort, verhoogde mechanische geluiden zonder demping, vibraties zonder isolatie. Voor purist-liefhebbers is dat authentiek, voor wie ook dagelijks comfort verwacht wordt het vermoeiend.

Die carbonstoelen zien er spectaculair uit maar bieden weinig concessies aan ergonomie. De gepersonaliseerde afwerking via Atelier Sur-Mesure kan extreem ver gaan – en dus ook extreem duur. Het genummerde plaatje moet exclusiviteit bevestigen, maar doet vooral denken aan hoe weinig mensen bereid zijn €265.000 neer te tellen voor dit concept.

Transmissie

De midscheeps gemonteerde 1,8-liter turbomotor wint wat aan pit. In vergelijking met de A110 R waarop hij zich baseert, klimt het vermogen van de vierpitter van 300 naar 325 pk. Of zelfs naar 345 pk als je benzine met verhoogd octaangetal gebruikt – RON 102 in plaats van RON 98.

Twintig pk extra op benzine die je nergens vindt behalve op circuits. In de praktijk dus vrijwel altijd 325 pk, een verbetering van bescheiden 8 procent ten opzichte van de R. Mooi, maar transformerend? Nauwelijks.

Ingrijpender is de keuze voor een andere versnellingsbak: de zeventrapsautomaat van Getrag moet immers wijken voor een versterkte EDC-transmissie met zes verhoudingen. Een stap terug in aantal versnellingen maar vooruit in schakelsnelheid – althans, dat is de theorie.

Tussen de aangedreven achterwielen van de A110 R Ultime vind je een nieuw sperdifferentieel terug, terwijl het onderstel een gewijzigde geometrie combineert met manueel verstelbare Öhlins-dempers. Het soort aanpassingen die ervoor moeten zorgen dat deze Alpine snellere rondetijden achter zijn naam kan schrijven.

Manueel verstelbare dempers betekent dat je met een sleuteltje moet gaan draaien aan je schokdempers – technisch interessant voor circuit-liefhebbers, praktisch onhandig voor wie gewoon wil rijden. Geen Drive Modes, geen elektronische aanpassingen, gewoon ouderwets aan knoppen draaien.

Rijbeleving op circuit

Op het circuit toont de A110 R Ultime zijn ware aard. De vooras stuurt messcherp, de toegenomen downforce en de verbeterde tractie transformeren deze Alpine in een echte circuitjongen. De versnellingsbak reageert sneller bij opschakelen, al blijft hij bij het terugschakelen iets te traag om optimaal met het motorremmen te spelen.

Die vertraging bij terugschakelen is frustrerend voor een auto met circuit-ambities en €265.000 prijskaartje. Voor dat geld mag je perfectie verwachten, niet “iets te traag”.

De remmen profiteren van de extra grip en stabiliteit, maar de auto blijft bijzonder levendig achteraan. Speels, maar veeleisend. De handmatige afstelling van de schokdempers laat ruimte om te finetunen, maar de basisafstelling van ons testexemplaar vergde een ervaren rechtervoet.

Vergeleken met de A110 R is de Ultime preciezer, sneller, maar ook minder vergevingsgezind. Voor een ervaren circuit-rijder is dat prachtig – elke input wordt direct vertaald, elke fout direct afgestraft. Voor minder ervaren bestuurders wordt het intimiderend.

Rijbeleving op openbare weg

Bij dagelijks gebruik maakt de A110 R Ultime minder indruk. Zijn compacte formaat en bovengemiddelde wendbaarheid blijven een troef, maar de beenharde ophanging en de semi-slickbanden beperken de polyvalentie bij verplaatsingen op de openbare weg.

En dan hebben we het nog niet eens over de trillingen, over de mechanische geluiden die de cockpit vullen. Alpine heeft het graag over een soundtrack die “de intensiteit en de beleving” zouden verhogen. In werkelijkheid blijkt het meer op lawaai dat bovendien bijzonder vermoeiend blijkt.

Waar de A110 R nog als dagelijks speelgoed kan dienen – met concessies, zeker, maar mogelijk – vraagt de Ultime volledige toewijding van zijn bestuurder. Geen casual rijden naar de supermarkt, geen ontspannen weekendtripje. Elke kilometer vergt concentratie, tolerantie voor discomfort, acceptatie van compromissen.

Die semi-slicks zijn briljant op droog asfalt bij optimale temperaturen. Op natte wegen, bij koude temperaturen, op slecht onderhouden stukken asfalt worden ze een liability. Tractie verdwijnt, vertrouwen eveneens.

Kostenplaatje

Deze Alpine is bedoeld als hebbedingetje, als peperdure kers op een bijzonder smakelijke taart. Je hebt de talloze aanpassingen aan het koetswerk, de aandrijflijn en het onderstel, maar de mogelijkheden om de Ultime verder aan je persoonlijke smaak aan te passen gaan via het personaliseringsprogramma Atelier Sur-Mesure mogelijk nog verder.

En daar ligt natuurlijk de valkuil: voor verzamelaars die hun auto willen personaliseren klimt de prijs verder omhoog. €265.000 is de instap, niet de eindprijs.

We hebben het dus over een wereldwijd tot 110 stuks gelimiteerde reeks, over wellicht de laatste Alpine met een verbrandingsmotor – al is het dan maar een viercilindertje. En toch is de prijs er toch wat over, vinden we. Zelfs voor het verzamelaarspubliek waarop Alpine met deze Ultime mikt.

Want een vanafprijs van €265.000, dat is meer dan het dubbele van de reguliere R-versie die al €120.000+ kost. Voor die meerprijs van €145.000 krijg je 25 pk extra, betere aerodynamica, een sperdifferentieel, Öhlins-dempers, carbon stoelen.

Objectief gezien absurd. Je kunt een volledige Porsche 911 Carrera kopen voor die meerprijs. Of een gebruikt exemplaar van een exotischer merk. Of gewoon twee reguliere A110 R’s en nog geld overhouden.

Eindoordeel

Een technisch hoogstandje, deze Alpine. De uitgepuurde versie van wat een reeds puur en onversneden sportwagen is. En dat resulteert in een flitsend rijgedrag. Op circuit dan toch, en dan nog enkel in de juiste handen.

Maar het voornaamste obstakel is toch de prijs. België krijgt een exemplaar van de A110 R Ultime toegewezen, maar die heeft momenteel nog geen eigenaar gevonden. En dat zegt eigenlijk alles wat je moet weten over de marktrelevantie van dit project.

De Ultime is een statement, geen product. Een technische showcase van wat Alpine kan, niet wat de markt vraagt. Voor €265.000 kun je vrijwel elke supersportwagen kopen die objectief beter presteert, comfortabeler is, dagelijks bruikbaarder blijft.

Een Porsche 911 GT3 RS kost minder en presteert beter. Een McLaren 750S biedt meer performance en prestige. Een Ferrari Roma levert meer emotie en badge-appeal. Allemaal alternatieven die de A110 R Ultime objectief overtroeven.

Maar – en daar zit de nuance – objectiviteit telt niet voor verzamelaars. Voor wie de laatste verbrandingsmotor-Alpine wil bezitten, voor wie exclusiviteit waardeert boven prestaties, voor wie dat genummerde plaatje (1/110) emotionele waarde heeft, is prijs secundair.

Het probleem is dat zelfs binnen die doelgroep de Ultime moeite heeft om kopers te vinden. Dat Belgische exemplaar zonder eigenaar spreekt boekdelen. Niet omdat de auto slecht is – integendeel, technisch is het indrukwekkend. Maar omdat de prijs zelfs voor de doelgroep disproportioneel voelt.

Is deze hardcore versie zijn erg hoge prijs ook waard? Nee. Objectief absoluut niet. Subjectief alleen voor een handvol verzamelaars die geen prijskaartje kennen en Alpine zo obsessief volgen dat laatste-versie-ooit-status alle rationele overwegingen overstijgt.

Voor de overige 99,9 procent – inclusief het merendeel van sportwagenliefhebbers – blijft de A110 R de verstandiger keuze. Die levert 90 procent van de performance voor minder dan de helft van de prijs, blijft dagelijks bruikbaar, en voelt niet als financiële zelfkastijding.

De Ultime bewijst wat Alpine technisch kan. Maar commercieel blijft het een misrekening – een zwanenzang die te duur is om gehoord te worden.


Pluspunten

  • Technisch hoogstandje (aerodynamica, sperdifferentieel, Öhlins)
  • Messcherpe vooras op circuit
  • 149 kg extra downforce bij 275 km/u
  • Tot 345 pk met RON 102-benzine
  • Limited edition (110 stuks wereldwijd)
  • Compacte formaat, wendbaar
  • Laatste Alpine met verbrandingsmotor (verzamelwaarde)
  • Atelier Sur-Mesure personalisering

Minpunten

  • Absurde prijs (€265.000, dubbel van A110 R)
  • Belgisch exemplaar vindt geen koper
  • EDC te traag bij terugschakelen (frustrend voor circuit-auto)
  • Dagelijks gebruik dramatisch (beenharde ophanging)
  • Semi-slicks problematisch op natte/koude wegen
  • Mechanisch lawaai vermoeiend (niet “soundtrack”)
  • Manueel verstelbare dempers onhandig
  • Minder vergevingsgezind dan A110 R
  • Slechts 25 pk meer dan R (bescheiden)
  • Objectief zijn er betere alternatieven voor €265.000
  • Veeleisend achteraan (intimiderend)
  • Viercilinder voor kwart miljoen (geen V6/V8)